Het eerste gedeelte van de bevalling doe je in principe thuis en zonder begeleiding. Maar op een gegeven moment wordt het tijd om de verloskundige te bellen. Die komt dan bij je langs om te kijken hoe het met je gaat en controleert of je ontsluiting hebt via een intern onderzoek. Soms gaat het nog niet zo snel; dan gaat ze weer weg. Maar als de bevalling al goed op gang is en de ontsluitingsfase van de bevalling is begonnen, blijft ze bij je thuis totdat je kind geboren is of wordt –bij een ziekenhuisbevalling – besloten dat het tijd is om naar het ziekenhuis te gaan (eerder dan dat je verloskundige aangeeft dat je naar het ziekenhuis mag, kun je dus nog niet gaan, sterke nog, het ziekenhuis zal je dan terug naar huis sturen!). Je eigen verloskundige gaat met je mee naar het ziekenhuis.

Veel bevallingen beginnen met weeën. Vaak heb je eerst voorweeën die de baarmoedermond soepeler maken, waarna de ontsluitingsweeën  volgen die naarmate de bevalling vordert steeds regelmatiger en  heftiger worden. Deze weeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond langzaam opengaat. Ontsluitingsweeën kun je zowel door je buik, rug als bovenbenen voelen trekken en zijn zeker tegen het einde van de bevalling zijn deze erg pijnlijk. Een ontsluitingswee houdt ongeveer een minuut aan en volgen elkaar aan het einde van de bevalling om de 2 minuten op. Een wee kun je het beste vergelijken met een pijngolf, die aangerold komt, steeds meer prijs tot het hoogtepunt. Erna neemt de pijn weer snel af. Tussen de weeën heb je geen pijn en kun je bijkomen en je voorbereiden op de volgende wee.

Weeën kun je opvangen door op je ademhaling te letten. In het begin wanneer de weeën nog niet zo heftig zijn kan het helpen tot in je buik te ademen, wat een ontspannend effect kan geven. Als de weeën heftiger worden kun je ze gaan ‘wegpufffen’. Je doet dan een korte ademhaling door je neus, waarna je in korte kleine pufjes de lucht door je mond naar buiten blaast. Er zijn verschillende houdingen die je kunt innemen tijdens de weeën.

De verloskundige of arts controleert regelmatig hoe ver de ontsluiting gevorderd is. Het einde van de ontsluitingsfase is genaderd, wanneer de baarmoedermond bijna 10 centimeter openstaat. Op dat moment ontstaat er persweeën en kan de baby aan zijn weg naar buiten beginnen. Je krijgt dan persdrang, wat het beste te vergelijken is met een hevige aandrang om te poepen. Het is nauwelijks tegen te houden, omdat het hoofdje van de baby steeds dieper naar beneden zakt en tijdens een wee op de anus en vagina drukt. Tussen de persweeën door zijn er pauzes, die lang genoeg duren om even op adem te komen en energie te verzamelen voor de volgende.   Elke perswee stuwt het kind een stukje verder door het geboortekanaal totdat er tijdens een perswee een stukje van het babyhoofdje te zien zal zijn. Als de wee wegzakt, zakt in eerste instantie ook het hoofdje een stukje terug. Het hoogtepunt van de uitdrijving is het pijnlijkst. Een groot gedeelte van het hoofdje is dan te zien en zal ook niet meer terugzakken. Het einde van de bevalling is nu definitief in zicht. Na een paar persweeën mag je je baby verwelkomen!

Leuk of Interessant? Deel het!Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone