Aanleggen van je baby

Het begrip ‘aanleggen’ betekent dat de baby op de juiste manier aan je borst wordt gelegd bij het borstvoeden. De baby ligt met het hoofd en lichaam op één lijn met de buik tegen jou aan, zodat het nekje niet hoeft te worden gedraaid bij het happen naar de tepel. Het hoofdje moet iets achterover liggen zodat het neusje omhoog wijst en het kinnetje tegen jouw borst aankomt, waardoor de neus vrij blijft.

Een voldragen baby wordt geboren met reflexen, die gericht zijn op het vinden van de tepel. Als je met je tepel langs de lipjes gaat, dan zal je baby uit zichzelf zijn mond wijd open doen en zijn tong een beetje uitsteken. Vervolgens kan hij met een grote hap een zo groot mogelijk deel van de tepelhof in de mond nemen.

Je eigen houding tijdens het geven van borstvoeding

Belangrijk is dat je tijdens het voeden zelf prettig ligt of zit en je niet buigt naar de baby wanneer deze hapt en de baby met behulp van kussen op tepelhoogte brengt. De baby moet zelf naar je borst komen. Je kunt het hoofdje van je baby hierbij ondersteunen, maar moet het hoofdje niet tegen je borst aanduwen. In plaats daarvan trek je bij ‘de grote hap’ het lijfje van je baby naar jouw lichaam, waarna het hoofdje vanzelf volgt.

Hoe weet je dat het aanleggen goed is gegaan

Als een baby op een goede manier is aangelegd, heeft hij een flink stuk van de borst in zijn mond en zijn de lipjes naar buiten gekruld. Ook hoor je de baby regelmatig slikken. Je kunt een bepaald zuigritme herkennen. De baby begint met het in een snel ritme oppervlakkig zuigen aan de borst, waarmee de toeschietreflex wordt opgewekt.

Het eerste aanzuigen kan bij het starten van de borstvoeding wat pijnlijk zijn. Dit noem je ‘aanzuigpijn’ en ontstaat doordat de kleine spieren in de tepel worden uitgerekt. Deze pijn zou niet de hele voeding mogen aanhouden. Is dat het geval, dan moet je de baby van de borst halen door met je schone pink in de mondhoek van je baby het vacuüm te verbreken en opnieuw aan te leggen.

Zodra de melk gaat stromen, zal de baby grote slokken nemen waarbij de hele kaak beweegt. Hierbij worden soms korte pauzes genomen. Wanneer pauzes langer worden en de baby geen grote kaakbewegingen meer maakt maar kleine, korte bewegingen met enkel de mond zijn dat signalen dat het einde van de voeding is genaderd. Vaak laat een baby dan zelf de borst los. Indien dit niet het geval is kun je de baby zelf losmaken. Let erop dat hij zich vacuüm heeft gezogen en je hem niet zomaar van de borst kan trekken. Door voorzichtig een schone pink in de mondhoek te duwen waardoor het vacuüm verbreekt voordat je de baby losmaakt.

Ook aan je tepel na het voeden kun je zien of de baby goed is aangelegd. De tepel zou na goed aanleggen rond en niet afgeplat uit het mondje moeten komen. Als je tepel pijn doet, er een duidelijke streep op zichtbaar is, of de tepel wit (bloedeloos) is dan wijst dit erop dat de baby de zuigtechniek nog niet helemaal onder de knie heeft. Zorg ervoor dat je bij problemen met goed aanleggen tijdig hulp inschakelt voordat je ernstige tepel- of borstproblemen krijgt.

Leuk of Interessant? Deel het!Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone