Problemen rondom het geven van borstvoeding

Borstvoeding geven is heel goed en natuurlijk, toch gaat het helaas ook soms gepaard met enkele problemen. Hieronder staat met welke problemen je eventueel te maken kunt krijgen en hoe je deze kunt verhelpen.

Te veel of te weinig aanmaak van moedermelk

Je maakt net zo veel melk aan als je baby vraagt. Het kan zijn dat u meer melk aanmaakt, dan uw baby drinkt. Vaak is dit tijdelijk, omdat in de eerste dagen een hoge melkproductie gebruikelijk is. Je melkproductie past zich over het algemeen binnen enkele weken aan de vraag van je baby aan. Als je juist het idee hebt dat je te weinig melk aanmaakt, probeer dan je kindje zo vaak mogelijk aan te leggen. Er wordt dan meer melk je lichaam aangemaakt. Een te lage productie kan echter ook worden veroorzaakt door te weinig melkklierweefsel, een verstoring in de hormoonhuishouding, een borstoperatie of psychologische factoren als onzekerheid en spanning. Bespreek je klachten met je kraamverzorgster, lactatiekundige of het consultatiebureau.

Stuwing  

Twee tot vier dagen na de bevalling kun je last krijgen van stuwing. Bij stuwing worden je borsten groter en voelen hard, rood en pijnlijk aan wat ontstaat doordat je melkproductie op gang komt. Stuwing kan pijnlijk zijn en eventuee gepaard gaan met koorts, maar is onschadelijk en verdwijnt over het algemeen snel weer. Om de druk te verlagen en de pijn te vermindern kun je voorafgaand aan het voeden wat melk uit je borsten masseren. Ook het gebruik van warmte kompressen of een warme douche helpen om je borsten te laten ontspannen.

Pijnlijke tepels en/of tepelkloven  

Bij het starten met het geven van borstvoeding moeten je tepels wennen aan de sterke zuigkracht van je baby en ben je nog aan het leren wat betreft het goed aanleggen en het kiezen van een juiste voedingshouding. Hierdoor kun je pijnlijke tepels krijgen, of in het ergste geval zelfs tepelkloven. Een tepelkloof is een pijnlijk scheurtje in de tepel. Bespreek je klachten met je kraamverzorgster, lactatiekundige of het consultatiebureau. Na een periode van oefenen en wat hulp kunnen deze problemen goed worden verholpen.

Borstontsteking  

Een borstontsteking, ook wel mastitis genoemd, is een ontsteking in de borst die vaak wordt veroorzaakt door bacteriën die hun weg vinden via een tepelkloof of andere verwonding aan de tepel van je borst. Je kunt een borstontsteking herkennen doordat er een pijnlijke harde plek in de borst ontstaat die intens rood en pijnlijk aanvoelt, wat gepaard gaat met koorts. In geval van een borstontsteking dien je direct contact op te nemen met je huisarts, omdat een borstontsteking niet vanzelf overgaat en je een  antibioticakuur nodig hebt om het te behandelen.

Verstopt melkkanaal  

Bij een verstopt melkkanaaltje heb je een pijnlijke, gezwollen harde plek in de borst. De plek is vaak rood van kleur, maar niet zo vurig rood als bij een borstontsteking het geval is. Een verstopt melkkanaaltje is iets anders dan een borstontsteking, omdat er geen sprake is van een ontsteking. Je hebt zodoende geen antibioticakuur nodig om het te behandelen. Het is overigens wel mogelijk dat een verstopt melkkanaaltje overgaat in een borstontsteking. Je kunt de verstopping van het melkkanaal verhelpen door je baby te blijven aanleggen aan de borst met de verstopping en je borst zacht te masseren terwijl je baby drinkt. Ook het gebruik van een warmte compres kan helpen. Tijdens de periode van de verstopping is het mogelijk dat je baby wat onrustiger aan de borst drinkt omdat de verstopping de melktoevoer enigszins vertraagt. Verstopte melkkanaaltjes verdwijnen over het algemeen vanzelf binnen 24 tot 48 uur na optreden. Als dit niet het geval is, dien je contact op te nemen met je kraamverzorgster, huisarts, lactatiekundige of het consultatiebureau.

Lekkende borsten  

Soms kunnen je borsten tussen twee voedingen gaan lekken. Dit kan komen doordat er te veel melk in je borsten zit of doordat de toeschietreflex wordt gestimuleerd, die ervoor zorgt dat er melk vrijkomt. Op het moment dat je regelmatig voedt, dan zullen je borsten minder gaan lekken. In de meeste gevallen houdt het lekken van je borsten op na circa twee maanden. Tot die tijd kun je gebruik maken van borstkompressen in je bh om te voorkomen dat de melk door je kleding lekt. Het is belangrijke dat je de kompressen regelmatig vervangt (bij wegwerpexemplaren) of schoonmaakt (bij herbruikbare exemplaren) om een eventuele infectie te voorkomen.

Spruw  

Spruw is een schimmelinfectie waar zowel jij als moeder als je baby last van kunnen hebben. Spruw wordt veroorzaakt door een schimmel die vaak op de huid voorkomt die je via borstvoeding of het verschonen van de luier gemakkelijk kunt doorgeven aan je baby. Als je last hebt van spruw zijn je tepels meestal rood en voelen ze pijnlijk en kriebelig aan. Als je baby last heeft van spruw heeft hij kleine witte plekjes in het mondje die lijken op aften waardoor je baby de tepel vaker loslaat en slecht drinkt of veel huilt. Ook is het mogelijk dat je baby witte plekjes krijgt op de geslachtsdelen. Neem contact op met je huisarts bij vermoedens van spruw. Je huisarts kan je in dit geval speciale druppels voorschrijven.

Leuk of Interessant? Deel het!Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone