Debat over overschatte voordelen borstvoeding gestart

borstvoeding2Iedereen weet dat borstvoeding het beste is om te geven aan je baby, zowel voor de moeder als de baby. Er gaat geen dag voorbij zonder dat hiervoor bewijs wordt geleverd. Zo zorgt borstvoeding voor een betere weerstand van je baby, vermindert het de kindersterfte en zorgt het ervoor dat de baarmoeder van de moeder sneller krimpt na de bevalling. Er is recent echter een debat gestart over het feit of het geven van borstvoeding inderdaad wel het beste is voor je baby nadat de toonaangevende Amerikaanse criticus Joan B Wolf, hoogleraar genderstudies aan de Texas A & M University, naar aanleiding van haar onderzoek de conclusie trok dat de gezondheidsvoordelen van borstvoeding overschat worden. Het onderzoek van Wolf is alles behalve hartelijk ontvangen door de pro-borstvoedingbeweging.

Wolf stelt dat het geven van borstvoeding overschat wordt als gevolg van drie factoren. Ten eerste zou er volgens haar een culturele obsessie bestaan om risico’s te elimineren. Ten tweede wordt een groot deel van het onderzoek naar de voordelen van borstvoeding methodologisch onjuist uitgevoerd. Ten derde, zou de samenleving in de ban zijn van de ideologische opvatting ten aanzien van het moederschap die bepaalt dat een moeder te allen tijde eventuele risico’s voor haar kinderen moet elimineren, ongeacht het risico of de aanslag die dit heeft op haar eigen welzijn.

Zonder te betwisten dat borstvoeding duidelijke voordelen heeft, beginnen steeds meer academici zich uit te spreken ten aanzien van de beperkingen van het wetenschappelijk bewijs wat hiervoor wordt aangedragen. Wolf stelt dat de wetenschap van veel borstvoedingsstudies problematisch is. De groepen vrouwen die borstvoeding geven en onderzocht worden zijn niet gerandomiseerd, maar komen tot stand op basis van zelf selectie. Randomiseren is de gouden standaard voor het evalueren van interventies in de gezondheidszorg. Het houdt in dat proefpersonen op basis van toeval (at random) worden geselecteerd, waarmee een gelijke verdeling van eigenschappen van bekende en onbekende prognostische factoren beoogd wordt. Met randomiseren verwacht je dat het effect van het natuurlijk beloop, placebo effecten, verstorende variabelen en meetfouten tegen elkaar laat wegvallen en er uiteindelijk alleen een nettoeffect van de interventie als verschil bestaat tussen de interventie en controle groep.

Omdat voor borstvoedingsonderzoeken deze methodiek niet wordt toegepast ontstaat de situatie dat de borstvoedinggevende vrouwen die geselecteerd worden onderling zeer weinig verschillen en met vergelijkbare omgevingsfactoren te maken hebben. Veelal zijn het vrouwen die er bewust voor kiezen de extra moeite die met borstvoeding geven gepaard gaat te investeren in het belang van de gezondheid van hun baby. Het is heel waarschijnlijk dat deze vrouwen echter deze instelling ook met andere dingen hebben,  zoals bijvoorbeeld ten aanzien van het schoonmaken van hun huis, het wassen van hun handen en gezond eten. De effecten die nu alleen aan het geven van borstvoeding worden toegekend kunnen hierdoor lastig gescheiden worden van het gecombineerde effect van een zorgzame ouder en een positieve omgeving.

Omdat we ons blindstaren op de voordelen van borstvoeding, bestaat volgens Wolf het gevaar dat de nadelen van het geven ervan genegeerd worden. Nadelen zijn volgens haar onder meer het mogelijke verlies aan het inkomen van vrouwen omdat borstvoeding geven nu eenmaal veel tijd kost en het verantwoordelijk maken van moeders voor allerlei dingen waar zij geen controle over hebben

Leuk of Interessant? Deel het!Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone