Etende baby

Huidige tendens naar intensief ouderschap remt ontwikkeling kind

Westerse ouders brengen steeds meer tijd door met hun kin­deren.

Besteedden moeders in 1970 nog negen uur per week aan hun kinderen, tegenwoordig is dat gemiddeld veertien uur. In diezelfde periode zijn moeders echter ook een stuk meer gaan werken.
Ook vaders nemen tegenwoordig meer zorgtaken op zich. Hun aandeel steeg van nog maar drie uur per week in 1970 naar zes uur op dit moment. In totaal krijgen kinderen zodoende nu op bijna twee keer zoveel aandacht in vergelijking met vroeger.

Ouders hebben echter niet opeens meer tijd ter beschikking. Uit onderzoek van de Canadese socioloog Melissa Milkie van de Universiteit van To­ronto bleek zelfs dat werkende moeders nu net zoveel tijd aan hun kinderen besteden als thuisblijvende moeder in de jaren zeventig. Waarom is dat? Een belangrijke oorzaak van de toenemende aandacht voor kinderen is de veranderde kijk van ouders op wat zij als goed ouderschap, en met name goed moederschap, beschouwen. Tegenwoordig zijn kinderen heilig en is de tijd die ouders doorbrengen met hun kinderen extreem belangrijk.

Er is sprake van een verschuiving naar ‘intensief ouderschap’ geeft Milkie aan tijdens een interview met The Wall Street Journal. Intensief ouderschap houdt in dat ouders van mening zijn dat zij een groot deel van hun vrije tijd moeten doorbrengen met hun kinderen. Daarnaast is de maatschappij een stuk risicomijdender is geworden. De Amerikaanse geograaf Roger Hart observeerde kinderen in de jaren zeventig en nu, waarbij de conclusie was dat ouders hun kinderen tegenwoordig veel minder vaak alleen laten tijdens hun spel, om te voorkomen dat er iets voorvalt.

Ouders gaan ervan uit dat met de extra tijd die zij aan hun besteden hun kinderen zich ontwikkelen tot gelukkige, zelfverzekerde en optimaal ontplooide volwassenen. Een onderzoek van Milkie en haar collega’s lijkt dit idee echter te ontkrachten. Zij deden in 1997 onderzoek naar de opvoedstijl van verschillende moeders met kinderen tussen de 3 en 11 jaar, en noteerden de tijd die ze doorbrachten met hun kinderen. In 2002 kwamen ze terug om te kijken wat er van de kinderen was terechtgekomen. De hoeveelheid tijd die de moeders aan hun kinderen hadden besteed, had geringe tot geen invloed op de ontwikkeling van de kinderen. De enige periode waarin de kwantiteit er wel toe deed, was tijdens de tienertijd. Hoe meer tijd tieners tijd doorbrachten met hun ouders, hoe minder vaak ze problemen kregen met drank, drugs en criminaliteit.

Niet de kwaliteit, maar de kwaliteit van de gespendeerde tijd blijkt impact te hebben. Betrokken ouders zorgen wel voor een verbetering in de ontwikkeling van hun kinderen. Activiteiten als voorlezen en samen eten helpen hier bijvoorbeeld bij. Deze tijd hoeft echter niet continu te zijn. Circa zes per week met het gezin is genoeg om positieve resultaten te boeken. Ook
Milkie ontdekte zelfs dat veel teveel en te intensieve aandacht voor je kind nadelig kan zijn. Om aan het beeld van goed, intensief ouder te voldoen blijken veel moeder gestrest te zijn en te weinig te slapen. Kinderen krijgen hierdoor juist emotionele moeilijkheden of gedragsproblemen. Dit speelt met name bij lageropgeleide moeders die druk voelen om veel tijd met hun kinderen door te brengen maar tegelijkertijd lastige financiële omstandigheden hebben die ook hun aandacht vragen.

Ouders hoeven zich dus niet schuldig te voelen als ze even geen tijd voor hun kinderen hebben. Integendeel: alleen spelen en eigen grenzen ontdekken draagt juist bij aan de ontwikkeling van een kind. Kinderen moet deze tijd gegund worden en dat geeft ouders ook wat tijd voor zichzelf.

Leuk of Interessant? Deel het!Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone