Doel van een combinatietest

Een combinatietest is bedoeld om de kans te onderzoeken dat je ongeboren baby het Downsyndroom, Patausyndroom of Edwardssyndroom heeft. Het is je eigen keuze of je deze test laat uitvoeren. Mocht je een combinatietest overwegen dat wordt er eerst een uitgebreid gesprek met je verloskundige, arts of gynaecoloog gepland zodat je een uitgebreide toelichting krijgt op de test, de uitslag en de eventuele moeilijke keuzes waar dit toe kan leiden.

Wat houdt een combinatietest in

De combinatietest bestaat uit twee onderdelen, namelijk:

  • een bloedonderzoek bij de moeder tussen de 9de en 14de week van de zwangerschap
  • een nekplooimeting bij de ongeboren baby temiddels een echo tussen de 11de en de 14de week van de zwangerschap. Bij het meten van de nekplooi wordt de dikte van de nekplooi gemeten, wat een dun laagje vocht onder de huid in de nek is. Als de nekplooi van de bay dikker is, is de kans groter de kans dat de baby Downsyndroom heeft.

De uitslagen van deze twee onderdelen, gecombineerd met de leeftijd van de moeder en de exacte duur van de zwangerschap bepalen de uiteindelijke hoogte van de kans dat je baby het Downsyndroom heeft. Het geeft je dus geen zekerheid of je baby het Downsyndroom wel of niet heeft. Er is sprake van een verhoogde kans bij een kans van 1 op 200 of hoger, wat betekent dat van de 200 zwangere vrouwen één zwanger is van een baby met Downsyndroom.

De kosten van het uitgebreide gesprek voorafgaand aan de combinatietest worden vergoed uit de basiszorgverzekering. De kosten van de combinatietest worden alleen vergoed uit de basiszorgverzekering wanneer je 36 jaar of ouder bent of wanneer je een andere medische indicatie hebt.

Wat zijn de vervolgstappen na de combinatietest

Houd er rekening mee dat het de uitslag van de combinatietest je wellicht kan geruststellen, maar geen garantie is. Bij een niet-verhoogde kans blijkt bij de geboorte in enkele gevallen dat je baby toch Downsyndroom of een andere chromossomafwijking heeft. Andersom betekent een verhoogde kans lang niet altijd dat je baby de aandoening daadwerkelijk heeft. Houd er daarnaast rekening mee dat een ongunstige uitslag jou en je partner voor moeilijke keuzes kan plaatsen.

Bij een verhoogde kans op een kind met Downsyndroom heb je namelijk de vrije keuze om vervolgonderzoek laten doen, waarin met zekerheid kan worden vastgesteld of je kind Downsyndroom, Patausyndroom of Edwardssyndroom heeft of niet. Het is echter dan nog mogelijk dat je in verwachting bent van een kind met een andere chromosoomafwijking. Het vervolgonderzoek bestaat uit een vlokkentest tussen de 11de en 14de week van de zwangerschap of een vruchtwaterpunctie na de 15de week van de zwangerschap. Bij de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest is er een kans van 3-5 op de 1000 onderzoeken op een miskraam als gevolg van het onderzoek. Je kiest er zelf voor om naar aanleiding van een ongunstige uitslag vervolgonderzoek wilt doen.

Leuk of Interessant? Deel het!Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Pin on PinterestEmail this to someone