Win de leestip!

Zwanger en ouder verloot 3 exemplaren van Kinderboekenweek Gouden penseel boek "Fabeldieren" onder haar trouwe lezers en lezeressen. Volg ons op Twitter  en Facebook  om kans te maken op een van de 3 exemplaren!

Leestip

  • Fabeldieren

    Fabeldieren

    Fabeldieren van Ludwig Volbeda heeft dit jaar het Gouden Penseel 2019 gewonnen van de Kinderboekenweek. Het juryrapport luidt: “Dit boek nam direct al een bijzondere plek in op de jurytafel. Het grote formaat met de grote kop op de voorzijde maakt meteen nieuwsgierig. Over draken, eenhoorns, griffioenen en nog veel meer. Laat maar zien dan! […]  Lees verder »

Nieuwsbrief

Evenementen

    Geen evenementen

Hoe ga ik om met de mondgewoonten van mijn baby?

Mondgewoonten

Met mondgewoonten wordt gedoeld op het gebruik van fopspenen, vinger- of duimzuigen en mondademen. Het gebruik van een fopspeen of duim is op den duur slecht voor de ontwikkeling van het gebit en de kaak van je kind. Het belemmert goed leren spreken en veroorzaakt ademen met open mond. Tanden kunnen hierdoor scheef gaan staan en de kaakstand en de vorm van het gehemelte kunnen gaan afwijken, waardoor kinderen kunnen gaan slissen en lispelen. Ook wordt de kans op verkoudheden en oor- en keelontstekingen groter.

Fopspeen en duimen

Door te zuigen ontwikkelt een baby de mond- en lipspieren, een goede tongligging en een juiste manier van slikken. Wanneer flesvoeding wordt gegeven is het belangrijk dat de speen zoveel mogelijk de vorm en soepelheid van een tepel benadert. Daarom moet de speen niet te groot zijn en hoort de voeding er langzaam uit te lopen. Zuigen geeft baby’s een veilig en geborgen gevoel. Een kind kan daarom na het voeden nog steeds behoefte hebben om te zuigen. Op dat moment kun je je baby een fopspeen geven. Een fopspeen is minder schadelijk voor het gebit dan een duim of vinger(s) en is op latere leeftijd ook

Tips voor goed gebruik en afleren van de (fop)speen

  • Geef je baby de eerste drie maanden de fopspeen na het voeden om aan de zuigbehoefte te voldoen. Beperkt het gebruik van de speen verder tot de  momenten dat je baby moe of verdrietig is. Haal de speen uit het mondje zodra de zuigbehoefte over is.
  • Na een aantal maanden willen de meeste baby’s uit zichzelf de fopspeen minder vaak of niet meer. Indien het minderen niet vanzelf gaat, is het verstandig om tussen de leeftijd van zes maanden tot één jaar te beginnen met afwennen.
  • Het afwennen van de fopspeen dient in een voor  het kind rustige periode plaats te vinden, waarin het kind gezond is, geen last heeft van tandjes die komen of tijdens ingrijpende gebeurtenissen zoals een verhuizing of veranderingen in het gezin.
  • Bij het afwennen van de fopspeen kan gestart worden met het steeds korter geven van de speen. Je haalt de fopspeen dus steeds eerder weg. Vervolgens wordt de speen op minder momenten aangeboden, bijvoorbeeld alleen nog thuis, en erna alleen nog in bed. Tenslotte ga je over op het moment om echt te stoppen. Het uitkiezen van een speciaal speeltje kan hierbij helpen als vervanging. Geef de eerste week na het stoppen extra aandacht aan je kind en leid je kind af wanneer je ziet dat het op zoek is naar de speen. Probeer uit hoe je kind op een andere manier getroost kan worden.

Tips voor het afleren van duimzuigen

  • In één keer stoppen lukt meestal niet. Begin met een moment overdag waarop u uw kind leert niet te duimen. Bijvoorbeeld bij het voorlezen. En bouw het aantal momenten van hieruit verder uit
  • Duimen geeft vaak een gevoel van rust en zekerheid. Zorg ervoor dat je kind dit op een andere manier geboden kan worden, door uw kind even op schoot te nemen of samen iets te doen.
  • Probeer bij het inslapen de duim uit de mond te halen en iets vervangends te geven zoals een hand- of vingerpop. Wanneer je kind toch inslaapt met de duim in de mond, haal deze er dan rustig uit wanneer je kind slaapt en druk de lipjes zachtjes op elkaar.
  • Beloon je kind wanneer het zijn best doet om niet te duimen. Een beloning is een knipoog, aai over de bol of knuffel. Bij een wat ouder kind kan een beloning ook het paren van stickers zijn.

Open mond ademen

Open mond ademen betekent dat een kind de gewoonte heeft om door de mond te ademen, zonder dat hier een medische aanleiding voor is. Na de geboorte ademt elke baby van nature door de neus. De neus zorgt ervoor dat de lucht die ingeademd wordt schoongemaakt, verwarmd en bevochtigd. De mond is hiertoe niet in staat. Wanneer je kind door zijn mond ademt kan het last krijgen van keelpijn , ontstoken amandelen, kriebelhoest, oorontsteking
of een verstopte neus. En zo blijft het verkouden. Ook door duimen, vingerzuigen of zuigen op een speen kan het gebeuren dat iemands mond open blijft staan.

Tips voor het afleren van open mond ademen

Je kunt verschillende oefeningen doen met je kind om het sluiten van de lippen en het door de neus ademen te bevorderen. Oefen elke dag op een paar vaste momenten voor een korte tijd door het voor te doen en erna je kind te vragen het na te doen. Het is belangrijk je kind te prijzen voor de medewerking.
Voorbeelden van oefeningen zijn: lippen 10 tellen op elkaar persen, los laten en nog een keer doen; bolle wangen maken met de mond dicht, 10 tellen vasthouden en de wangen leegblazen; een sirene nadoen: wie-oeoeoeoe; met korte snufjes ademen.; door de neus inademen en een liedje neuriën.

Leuk of Interessant? Deel het!Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on Facebook
Facebook
Pin on Pinterest
Pinterest
Email this to someone
email